Volgens mij kun je als mens helemaal niet falen, zolang je bereid bent om naar jezelf te kijken, verantwoordelijkheid te nemen en te blijven leren.
Wat Michael Jordan ons leert over falen
Een mooi voorbeeld daarvan vind ik Michael Jordan, een van de bekendste basketballers ter wereld. Als tiener kwam hij niet in het hoogste basketbalteam van zijn middelbare school terecht. In plaats van dat als eindpunt te zien, werd het voor hem juist extra motivatie om harder te trainen. Wat ik vooral interessant vind, is hoe Jordan zelf naar falen keek. In een beroemde Nike-commercial vertelde hij:
Ik heb meer dan 9000 schoten gemist, bijna 300 wedstrijden verloren en 26 keer de beslissende winnende bal gemist. Ik heb keer op keer gefaald in mijn leven. En dat is de reden waarom ik slaag.
Voor mij ontkracht dat bijna het hele idee van falen. Een bal die naast de basket gaat, is namelijk niet alleen een gemiste bal, maar ook informatie. Dit werkte niet, dus wat kan beter? Moet mijn techniek anders? Mijn timing? Mijn training? Mijn concentratie? Vervolgens probeer je opnieuw. Je kunt dat falen noemen, maar je kunt het ook zien als leren.
Je kunt keuzes maken die anders uitpakken dan je had gehoopt. Je kunt iets proberen en ontdekken dat het niet bij je past, dat de timing niet klopt of dat er een andere aanpak nodig is. Misschien krijg je een baan niet, eindigt een relatie of krijgt een onderneming nog niet de vorm waarop je hoopte. Maar dat zegt niets over jou als mens. Het betekent vooral dat je nieuwe informatie hebt gekregen en ervaring hebt opgedaan: een kans om iets te leren wat je daarvoor nog niet wist en een opening voor verdere ontwikkeling.
Wat afwijzing mij leerde als danser
Dat herken ik heel sterk uit mijn eigen carrière als professioneel danser. Een groot deel van dat leven bestond uit audities. Je wilde een bepaalde productie doen, deed auditie en vervolgens werd je aangenomen of niet. En geloof me: als danser hoor je vaak genoeg nee. Ik ook. Wat mij toen al opviel, was hoe verschillend dansers met zo’n afwijzing omgingen. Er waren dansers die na een auditie vooral naar buiten keken. De jury snapte er niets van, er was vriendjespolitiek, iemand anders werd voorgetrokken of de choreograaf had blijkbaar een favoriet.
Maar er waren ook dansers die zichzelf een andere vraag stelden: wat kan ik hiervan leren? Zo ging ik na een auditie soms naar een jurylid toe of stuurde ik achteraf een mail. Niet om alsnog mijn gelijk te halen, maar omdat ik wilde begrijpen waarom ik niet was aangenomen. Als ik ergens zelf invloed op had, wilde ik dat weten. Ik zag om mij heen dat dansers met die mentaliteit bleven ontwikkelen en vaak een mooie carrière opbouwden. Tegelijkertijd zag ik ook mensen die vrijwel iedere teleurstelling buiten zichzelf legden en uiteindelijk relatief snel stopten met hun danscarrière. Misschien is dat niet zo vreemd, want als het altijd aan een ander ligt, blijft er voor jezelf weinig over om aan te werken.
En daar zit voor mij een essentieel verschil. Verantwoordelijkheid nemen betekent absoluut niet dat alles wat jou overkomt jouw eigen schuld is. Andere mensen kunnen je pijn doen. Je kunt onrechtvaardig behandeld worden. Je kunt ziek worden, een relatie kan eindigen terwijl jij dat niet wilt en je kunt worden afgewezen om redenen waar je werkelijk niets aan kunt veranderen. Het leven is niet volledig maakbaar. Maar hoe je met het leven omgaat, heb je altijd invloed.
Wanneer iemand tegen mij zegt: “Dit gebeurt nou altijd met mij” of “Mensen behandelen mij altijd zo”, vind ik daarom één ding interessant: jij bent in ieder geval de constante in al die verhalen. Niet automatisch de schuldige, maar wel de constante. En juist daarin ligt een mogelijkheid tot verandering.
Je kunt jezelf dan vragen: wat doe ík steeds opnieuw? Niet om jezelf af te straffen of alles bij jezelf neer te leggen, maar omdat jij degene bent op wie je rechtstreeks invloed hebt. Daar zit voor mij iets heel hoopvols in. Zodra je je eigen aandeel durft te onderzoeken, krijg je namelijk ook de regie over je leven terug. Dat is precies wat er in systemische coaching gebeurt: je gaat kijken naar wat je zelf, vaak onbewust, blijft herhalen.
Waar de angst om te falen begint: goed of fout op school
Toch vind ik het niet vreemd dat zoveel mensen moeite hebben met deze manier van kijken, want we groeien op in een maatschappij waarin slagen en falen voortdurend tegenover elkaar worden gezet. Kijk alleen al naar school. Je haalt een voldoende of een onvoldoende, je gaat over of blijft zitten, je slaagt of zakt en je antwoord is goed of fout. Soms worden daar zelfs letterlijk kleuren aan gekoppeld: groen is goed en rood is fout. Iemand anders bepaalt wat jij moet kennen of kunnen binnen een bepaalde methode en beoordeelt jou vervolgens volgens die maatstaven.
Natuurlijk snap ik dat basiskennis en vaardigheden op een bepaalde manier aangeleerd en getoetst worden. Een cijfer kan nuttige informatie geven over wat een kind op een bepaald moment beheerst. Waar ik moeite mee heb, is hoeveel betekenis we vervolgens aan zo’n cijfer geven. Een onvoldoende zou in mijn ogen veel meer mogen betekenen: hier sta je nu, dit gedeelte begrijp je nog niet, dus laten we kijken wat je nodig hebt om verder te komen. Waar liep je vast? Hoe leer jij eigenlijk? Wat begrijpen we nog niet van de manier waarop jij informatie verwerkt? Hoe kan het anders, zodat jij een volgende stap kunt zetten?
Dan wordt een cijfer geen eindstation, maar een vertrekpunt voor ontwikkeling. Terwijl een kind nu gemakkelijk iets heel anders kan leren: ik doe het goed of ik doe het slecht. Ik ben slim of ik ben dom. Ik behoor tot de kinderen die het kunnen of tot de kinderen die het blijkbaar niet kunnen. Een beoordeling van één prestatie kan daarmee ongemerkt veranderen in een oordeel over jezelf.
Als liefde afhangt van presteren, ontstaat faalangst
Daar komt nog iets bij wat ik in mijn praktijk regelmatig tegenkom. Cliënten vertellen mij vaak dat prestaties vroeger samenhingen met de hoeveelheid waardering die ze thuis ontvingen. Een goed rapport leverde trotse of enthousiaste ouders op, aandacht en misschien extra affectie. Een onvoldoende kon juist teleurstelling, kritiek of afstand oproepen. Daarmee kan ongemerkt de overtuiging ontstaan dat hoe beter je presteert volgens de maatstaven van de maatschappij, hoe meer liefde en waardering je verdient. Als ik het goed doe, ben ik goed. Als ik niet faal, word ik gezien.
En dát maakt falen ineens zo groot. Dan gaat een onvoldoende niet langer alleen over een rekensom die je niet begreep, maar raakt het aan jouw waarde als mens. Later kan datzelfde kind een volwassene worden die bang is om fouten te maken, perfectionistisch wordt, voortdurend bevestiging zoekt of zichzelf hard afrekent wanneer iets niet lukt. In een familieopstelling wordt vaak in één beweging zichtbaar waar zo’n overtuiging is ontstaan.
Ik zeg tegen cliënten daarom soms met enige luchtigheid: “Ik hou net zoveel van je als je zou falen.” Of nog beter, ik laat ze zeggen: “Ik hou van mezelf, ook als ik faal.” Dan zie je soms dat er iets begint te kraken. Rationeel klinkt dat misschien volkomen logisch, maar ergens vanbinnen kan een heel andere overtuiging zijn ontstaan.
Ondernemen, tegenslag en de weg naar succes
Mijn leven als coach en ondernemer heeft me wat dat betreft minstens zoveel geleerd als mijn danscarrière. Ik heb inmiddels ontzettend veel bedacht en georganiseerd: workshops, retreats, weekenden, nieuwe programma’s, websites en marketingcampagnes. Sommige dingen kregen precies de vorm waarop ik hoopte en andere veel minder. Zeker in het begin heb ik activiteiten moeten annuleren omdat er simpelweg niet genoeg inschrijvingen waren.
Ik had op zo’n moment natuurlijk kunnen denken: zie je wel, dit werkt niet, laat maar zitten. Maar ik wist dat ik inhoudelijk iets goeds neerzette, dus werd mijn vraag niet meteen of ik moest stoppen, maar wat er nog niet werkte. Bereikte ik de juiste mensen? Vertelde ik goed genoeg wat ik aanbood? Was mijn website duidelijk? Werkte mijn marketing? Vervolgens begon het experimenteren: andere websites, advertenties, online marketing, mensen inhuren, websitebouwers, nieuwe teksten en weer een andere strategie. Sommige dingen leverden het gewenste resultaat op, heel veel andere dingen niet.
Ook nu ben ik opnieuw mijn website aan het veranderen en aan het onderzoeken wat beter kan. Alles wat niet het gewenste resultaat opleverde, heeft mij informatie gegeven die ik nodig had om bij een volgende stap te komen. Misschien verwachten we te vaak dat ontwikkeling een rechte lijn is: je begint ergens mee en vervolgens moet het steeds beter gaan, het liefst rechtstreeks van nul naar tien. Maar zo werkt het volgens mij helemaal niet. Ontwikkeling lijkt veel meer op een trap. Je bereikt een volgende trede en juist vanaf die nieuwe plek zie je ineens dingen die je daarvoor nog niet kon zien. Op iedere trede komen nieuwe vragen en nieuwe lessen.
Ik heb in mijn carrière absoluut dingen gedaan die ik nu niet meer zou doen. Maar ja, achteraf kijk je een koe in zijn kont. Maar ik heb nog nooit gefaald. Zo voelt het voor mij oprecht niet. Ik heb geleerd.
Fouten maken in contact: hoe je er samen uit komt
Deze manier van kijken geldt natuurlijk niet alleen voor sport, school of een carrière. Voor mij geldt ze voor ieder facet van het leven, ook voor relaties. Wanneer ik relatiecoaching geef, zeg ik regelmatig dat het er niet om gaat hoe vaak je ruzie maakt, maar om hoe je uit die ruzie komt. Je kunt niet garanderen dat je nooit meer boos wordt, dat je nooit iets zegt waar je later anders naar kijkt of dat je partner je nooit raakt op een plek waar het pijn doet. Je kunt wel onderzoeken hoe je een ruzie oplost en wat er op zo’n moment met je gebeurde. Waarom reageerde je zo? Waarom trok je je terug of ging je juist in de aanval? Wat had je eigenlijk nodig en wat zou je een volgende keer anders kunnen doen?
Dat geldt voor jou als partner, maar net zo goed als ouder, zoon of dochter, vriend, collega en uiteindelijk ook in de relatie met jezelf. Zodra je kunt zeggen: “Ik heb iets gedaan waar ik niet tevreden over ben”, blijft er ruimte over om te bewegen. Je kunt reflecteren, verantwoordelijkheid nemen, sorry zeggen, herstellen of iets anders proberen. Maar zodra je daarvan maakt: “Ik ben mislukt”, wordt een ervaring ineens een oordeel over wie jij bent.
Misschien zit daar uiteindelijk wel de kern van wat ik bedoel wanneer ik zeg dat je als mens niet kunt falen. Zolang je bereid bent om naar jezelf te kijken, verantwoordelijkheid te nemen, te onderzoeken, te leren en opnieuw te proberen, blijft er beweging.
Coaching bij faalangst en de angst om te falen
Maar het vraagt wel dat je stopt met wachten tot de buitenwereld verandert voordat jij verder kunt. Misschien kun je die jury niet veranderen, je ouders niet, je ex niet, je collega niet en al helemaal je verleden niet. Je kunt wel onderzoeken wat het allemaal met jou heeft gedaan, welke patronen je hebt meegenomen en hoe jij daar vandaag mee om wilt gaan.
Daarbij heb ik nog één cruciale vraag voor je: als waardering of liefde afhankelijk is van jouw prestaties in plaats van van wie jij bent, wil jij je dan emotioneel verbinden met die persoon? En minstens zo belangrijk: wil je zélf op die manier met jezelf omgaan?
Misschien herken je dat bepaalde dingen in jouw leven steeds opnieuw lijken te gebeuren en ben je er klaar voor om naar je eigen aandeel te kijken. Niet om jezelf de schuld te geven, maar om te onderzoeken waar jij wél invloed op hebt en wat je anders zou kunnen doen.
Neem dan gerust contact met me op, dan kijken we samen wat ik voor je kan betekenen.
Liefs,
Bart
Herken je dit patroon in je eigen relatie?
Als dit onderwerp je raakt en je wilt ermee verder: in een gesprek kijken we rustig naar wat er tussen jullie speelt en wat er nodig is om weer naast elkaar te staan.
Als dit onderwerp je raakt
- Relatiecoaching in Rotterdam
Samen of alleen kijken naar het patroon dat steeds terugkomt tussen jullie.
- Workshops familieopstellingen
Zichtbaar maken wat er onder je relatiepatroon meespeelt, in een kleine groep.
- Individuele systemische coaching
Eén op één onderzoeken welke rol jij inneemt in je relaties.










